Premie-inkomsten AOW dekken slechts tweederde van de uitkeringen

In de praktijk worden er alleen voor het aanvullend pensioen reserves opgebouwd. De AOW wordt gefinancierd uit lopende middelen. Die middelen komen primair uit de AOW-premies, die worden betaald door alle belastingbetalers onder de pensioengerechtigde leeftijd. Deze premies zijn echter in steeds mindere mate toereikend. In 2014 dekten de premie-inkomsten (23 miljard) slechts twee derde van de AOW-uitkeringen (34 miljard). Dit komt omdat er door de vergrijzing steeds meer AOW-gerechtigden zijn, terwijl de hoogte van de AOW-premie wettelijk gemaximeerd is. Het tekort wordt aangevuld door de overheid uit de algemene middelen, waar elke belastingbetaler aan bijdraagt. Dit meldt CBS.

AOW-aanspraken
De AOW-aanspraken zijn tussen 2008 en 2014 bijna verdubbeld en overtreffen ruimschoots de aanspraken op het aanvullende werknemerspensioen. De aanspraken op de AOW kwamen voor 1 januari 2014 uit op 1 356 miljard euro. Dit is gelijk aan 208 procent van het bbp, de totale waarde van de goederen en diensten die Nederland in een jaar tijd produceert. De aanspraken op het aanvullende werknemerspensioen op dezelfde peildatum zijn gelijk aan 157 procent van het bbp.

Reserves
Met de AOW-aanspraken worden de reserves bedoeld die aangehouden zouden moeten worden om aan de bestaande verplichtingen te voldoen, indien de AOW op dezelfde manier gefinancierd zou worden als het aanvullend pensioen. Dit bedrag is nu voor het eerst becijferd door CBS, in navolging van internationale afspraken.

Aanspraken fors gestegen
Zowel de aanspraken op de AOW als die op het aanvullend pensioen zijn de afgelopen jaren snel opgelopen. Zo bedroegen de AOW-aanspraken in 2008 nog 797 miljard euro. De sterke stijging is niet alleen het gevolg van de vergrijzing, maar vooral ook van de lage rente. Hierdoor moet uitgegaan worden van een lager rendement op opgebouwde reserves en zijn dus hogere reserves nodig.

Veel landen met lagere pensioenreserves
Uit een door CBS gepubliceerd rapport blijkt dat veel landen veel minder reserves voor de pensioenen opbouwen dan Nederland. In veel landen worden bijvoorbeeld noch voor het staatspensioen noch voor het aanvullend pensioen reserves opgebouwd, of slechts in veel geringere mate. In deze landen liggen de lopende kosten om de pensioenen uit te keren dan ook veel hoger dan in Nederland. Ook is hoogte van het pensioen in verhouding tot het verdiende salaris in andere landen vaak lager dan in Nederland.

Bron: CBS

Afspraak maken